Mijnenveldcontroletoren ten zuidoosten van Holliwell Farm

Terug Ten noorden van de zeewering ten zuidoosten van Holiwell Farm, Burnham-on-Crouch, CM0 8NG

Ongebruikelijke 6,7 m hoge en 6 m brede observatiepost gebouwd als een zeshoekige toren met twee verdiepingen en overdekt met een betonnen koepel. Opgetrokken uit 0,6 m dik beton is het onderste niveau een bunker/versterkte locatie met in totaal 17 mitrailleuropeningen op twee hoogtes die 360 graden verdediging bieden.

Totaal ongebruikelijke 6,7 m hoge en 6 m brede observatiepost gebouwd als een zeshoekige toren met twee verdiepingen en overdekt met een betonnen koepel. Opgetrokken uit 0,6 m dik beton is het onderste niveau een bunker/versterkte locatie met in totaal 17 mitrailleuropeningen op twee hoogtes die 360 graden verdediging bieden. De bovenverdieping is bereikbaar via een open luik (geen ladder). Dit is een 4,9 m brede ruimte met een hoog piramidevormig plafond met op het hoogste punt de 1,8 m brede koepel met daarin een vuursleuf met een stalen flap in ieder van de zes zijden. Het overheersende kenmerk van de bovenruimte is een betonnen platform waarboven in de zuidelijke muur een uitkijksleuf van 1,8 m breed en 4,9 m hoog is aangebracht. Via deze sleuf kan men over de zeewering op een afstand van ongeveer 46 m en naar de overkant van de monding van de rivier de Crouch kijken. Het gebouw, dat opvalt door zijn grootte, ongebruikelijke vorm en het grote aantal schietgaten, overheerst het weidse landschap volledig. In registraties uit die tijd wordt het aangeduid als 'O.P.'. "Fortifications of East Anglia", wordt een schets getoond en wordt vermeld 'De Crouch werd verdedigd door een mijnenveld dat vanuit deze toren op de noordelijke oever werd gecontroleerd'. Zeven foto's van de locatie in ECC SMR.

April 2004: De mijnenveldcontroletoren (SMR10004) en bunker (SMR10005) waren gepland voor 15 april 04. Hier volgt een fragment uit de planning:

BEOORDELING VAN BELANGRIJKHEID

In de jaren voorafgaand aan het uitbreken van WOII was Burnham-on-Crouch niet belangrijk voor de Royal Navy, hoewel tijdens WOI een klein mijnenveld in de monding was gelegd. Nadat de Duitsers Frankrijk hadden bezet, kreeg deze relatief kleine jachthaven plotseling veel meer betekenis, omdat dit een mogelijk landingspunt was voor vijandelijke troepen die een korte en niet verdedigde route naar Londen zochten. In 1940 had het Britse leger al een reeks bunkers langs de zeewering aangelegd als onderdeel van het kustverdedigingsplan (dat ook maatregelen omvatte zoals luchtafweergeschutlocaties en lokaas voor bombardementen). De Royal Navy wilde de rivier de Crouch ontoegankelijk maken voor vijandelijke invasievaartuigen (in die periode konden er schepen met een diepgang tot 6,7 m varen) en bouwde een verdediging bestaande uit een drijvende versperring van staalkabels en boeien. De volgende stap was het leggen van mijnen in de monding bij de ingang naar de versperring. De twee oorlogsconstructies bij Holliwell Point getuigen van dit bijzondere en uiterst belangrijke aspect van het verdedigingsplan.

De in 1940 gebouwde bunker is ouder dan de mijnenveldcontroletoren. Oorspronkelijk één uit een reeks bemande verdedigingsbunkers langs de kust kreeg deze bunker een specifiekere rol als locatie van de vuurwapens voor de oorspronkelijk twee explosieve koppen die bij Holliwell Point waren opgesteld. Met de uitbreiding van het mijnenveld in 1941 werd de indrukwekkende controletoren voor dit doel gebouwd. Dit is een zeer ongebruikelijke constructie die uniek is in Engeland. De enige andere overgebleven voor dit doel gebouwde mijnenveldcontroletoren op de Britse eilanden kijkt uit over de Sound of Kerrera, 4,8 km ten zuiden van Oban in Schotland.

De mijnenveldcontroletoren is in een bijzonder goede staat bewaard gebleven en is een uniek aandenken aan de architectuur en het ontwerp van dit type gecombineerde observatie/controlepost. De bunker is een geïmproviseerde voorloper hiervan en is van groot belang voor het illustreren van de ontwikkeling van de volledige afronding van hier opgezette verdedigingssystemen. Samen vormen de twee constructies een grafische illustratie van de acute dreiging van een ophanden zijnde Duitse invasie die in die tijd werd gevoeld.

December 2008: Een in juli 1945 geschreven rapport over marinecontrole bij Southend aan de Thames bevat een hoofdstuk over Burnham-on-Crouch. Over mijnenvelden en de mijnenveldcontroletoren staat er het volgende in:

'Mijnen bestaande uit explosieve koppen
In juli werd goedkeuring gegeven om met een elektrische ontsteking verbonden explosieve koppen als mijnen te leggen in afwachting van de levering van een meer permanent mijnenveld. Met de hulp van commandant (T) Harwich werd bij de toegang tot de versperring één paar gelegd dat met behulp van kabels met twee van de militaire bunkers bij Holliwell Point werd verbonden; hierin werden de afvuurknoppen en de batterijen geplaatst. Ook werden er doorvoerafvuurmarkeringen opgesteld en de testen verliepen naar tevredenheid. Een ander paar explosieve koppen werd 10 m buiten de Wallasea Pier gelegd en met het middelpunt in een privétuin aan de noordoever van de rivier verbonden (Miss Jacob). Beide paren explosieve koppen bleven bijna twee jaar volledig in bedrijf.


Verdediging met mijnen
Tijdens een conferentie in Admiralty House, Chatham op 9 augustus 1940 werd besloten om elf groepen van drie mijnen te leggen als aanvulling op de bij Holliwell Point gelegde explosieve koppen en nog een enkele groep als aanvulling op die bij de Wallasea Pier.

Bij Holliwell werd een controletoren gebouwd, samen met de kwartieren voor twee extra R.N.V.R. officieren, zes verbindelaars en zestien mariniers als bewakers. Het verzamelen van de apparatuur nam veel tijd in beslag en pas op 13 juni 1941 begonnen de werkzaamheden voor het leggen, die als O.M. 52 op 18 juni werden voltooid.

'U.P.'-raketten [ U.P. = unrotated projectile = niet-rollende raket]
Als extra verdediging voor de rivier waren op het O.M. 52 mijnenstation bij Holliwell Point twee 'U.P.' 6 m raketaffuiten geplaatst; deze projectielen dekten als ze in een salvo van tien werden afgevuurd de gehele breedte van de rivier en zouden de vijand zeer onaangenaam hebben verrast. De laatste test vond plaats op 1 augustus 1941.'

Aerial Photo showing minefield control tower and adjacent pillbox

Aerial Photo showing minefield control tower and adjacent pillbox

Front view of minefield control tower

Front view of minefield control tower

Rear view of minefield control tower

Rear view of minefield control tower

Armoured shutter of minefield control tower

Armoured shutter of minefield control tower

Interior of minefield control tower

Interior of minefield control tower

Zet JavaScript aan om te kaart te bekijken

Toon sllideshow