Brits verzet 'Hideout', Beeleigh Falls House, Maldon

Terug Beeleigh Falls House, Maldon

Documenten uit die tijd verklaren, 'Ondergrondse commandopost. De Old Mill, Beeleigh Falls House, Maldon' en 'Ondergrondse ruimte. Huis en tuin. Beeleigh Falls.

Navraag bij de huidige eigenaar van Beeleigh Falls House leert dat er inderdaad een ondergrondse ruimte in de tuin van de oude molen is gebouwd. Deze werd ongeveer 15 jaar geleden tijdens werkzaamheden ontdekt door de huidige eigenaar en functionarissen van het Waterschap en was in de tuin overgroeid met rozen tegen de muur van de molen gelegen. Schijnbaar leidde een trap - het is niet duidelijk of deze van hout of beton was - omlaag naar een ruimte met een gebogen dak van misschien 3 m lang en opgetrokken uit Anderson schuilplaatsplaten. Toen de eigenaar later diezelfde dag terugkeerde, was de gehele locatie vlak gemaakt en dat is hij vandaag de dag nog, hoewel niet bekend is in hoeverre de ruimte is vernietigd.
Het kan niet met zekerheid worden gezegd wat deze 'Ondergrondse commandopost' kan zijn geweest. "Warmen Courageous - the Story of the Essex Home Guard", geschreven in 1951, beschrijft het Maldon-gebied buitengewoon gedetailleerd, maar vermeldt deze locatie niet in de lijst van verdedigingswerken van de Home Guard of civiele verdedigingswerken.
Al met al lijkt het waarschijnlijk dat dit één van de schuilplaatsen van het Britse verzet was die op afgelegen plaatsen werden gebouwd en als operationele basis dienden voor een klein onderdeel met 6/7 leden van een 'Hulpeenheid'. Van de vele ontwerpen weten we van sommige dat zij zijn opgetrokken uit Anderson schuilplaatsplaten. "The Last Ditch", geschreven in 1968, geeft aan dat er in Essex minstens 27 of 28 van deze bases zijn gebouwd, maar exacte locaties worden niet gegeven.

In 2006 werd gemeld dat één van de leden van de ‘Hulpeenheid’ die tijdens de oorlog gestationeerd was in Beeleigh Mill de locatie dat jaar had bezocht. Hij bevestigde het bestaan van de 'schuilplaats' (officieel bekend als een 'Operationele Basis'). De ingang bevond zich onder de grond en liep van binnenuit de molen door de muur van de molen. De woonruimte was zoals eerder aangegeven, onder de voormalige rozentuin. Een vluchttunnel leidde van hoog op de eindmuur van de ruimte naar een ondergrondse waterloop een paar meter verderop, een deel van de oorspronkelijke architectuur van de molen. De waterloop was met bakstenen bekleed en de tunnel kwam naar buiten door het bovenste deel van de boog van metselwerk. Hier lag een kano aangemeerd.

Februari 2007: Op opeenvolgende maandagen in februari 2007 groef een ECC veldarcheologie-eenheid een deel van de locatie af met behulp van een kleine mechanische graafmachine. Het afgraven was gericht op een duidelijke kuil in de grond op ongeveer 5,5 m van de muur van de molen, 6,7 m van de zuidoostelijke muur van de omsloten ruimte. Onder de bovenste paar centimeter aarde bestond de grond uit puur zand. Ongeveer 0,9 m onder het oppervlak werd de bovenkant van de eindmuur van de ruimte ontdekt. Deze was opgetrokken uit cementblokken. 1,2 m onder het oppervlak, tegen de eindmuur aan de kant van de molen gebouwd, werden de opstaande uiteinden van de gebogen Anderson schuilplaatsplaten zichtbaar die duidelijk de zijbekisting vormden. Buiten de eindmuur, werden verrotte golfplaten (niet van Anderson) en houten balken ontdekt en uiteindelijk iets wat de bovenkant van een betonnen vluchttunnel kon zijn. Het lijkt waarschijnlijk dat deze tunnel was gebouwd door een diepe geul tussen de ruimte en de waterloop te graven. Deze werd versterkt door met houten balken verstevigde golfplaten. Op de bodem van de geul was een betonnen vluchttunnel aangelegd en de geul was vervolgens bovenop de tunnel volgestort.

Ongeveer 0,6 m vanaf de bovenkant van de eindmuur (hoewel gedeeltelijk vernietigd) werd ontdekt dat het zand in de ruimte tot ongeveer één voet onder de bovenkant van de opstaande Anderson schuilplaatsplaten was uitgegraven en dat de vluchttunnel tot ongeveer 0,9 m onder grondniveau was uitgegraven. Bij het afgraven in de ruimte ging men niet zover dat de ingang van de vluchttunnel werd blootgelegd Alle afgravingen vonden plaats op een flinke afstand van de molen in een dwarse T-vorm 1,8-2,1 m aan weerszijden van de eindmuur van de ruimte. De locatie werd door de F.A.U. gemeld en de afgraving werd aan het einde van de tweede dag dichtgegooid.

Vermeld wordt dat na de oorlog deze schuilplaatsen van het Britse verzet systematisch door teams van Royal Engineers zijn vernietigd. Dat is hier duidelijk ook gebeurd. De bouten van het middendeel van de dakplaten werden waarschijnlijk over de hele lengte losgemaakt en vervolgens werd de gehele constructie gevuld met zand, waardoor de middelste platen inzakten. Waarschijnlijk was de genoemde 'trap' van hout (mogelijk tot het vluchtluik) en deze werd met de dakplaten ingegooid.

Hoewel dit niet kan worden vastgesteld,  is het waarschijnlijk dat deze schuilplaats nagenoeg in zijn geheel bewaard was gebleven na het einde van de Tweede Wereldoorlog, zodat mogelijk alleen de middelste dakplaten hadden moeten worden vervangen of opnieuw met bouten hadden moeten worden vastgezet om de constructie in dezelfde staat als tijdens de oorlog te brengen. Landelijk gezien zijn er zeer weinig van deze schuilplaatsen van het Britse verzet bewaard gebleven en dit is mogelijk één van de best bewaarde voorbeelden hiervan.

Maart 2007: Een volgende communicatie via de neef van het voormalige lid van het verzet en Michael Hoyle, de molenmaker, geeft verdere details over de kenmerken van de schuilplaats. De vluchttunnel was ongeveer 0,75 m in het vierkant en de ingang bevond zich bij de bovenkant van de bunker. De schuilplaats was bekleed met golfplaten met kleine planken voor opslag en kwam uit bij de bovenkant van de bakstenen watertunnel, de onderbeek. De boot was 3 m lang en groot genoeg voor alle zes leden van de groep. Omdat de bovenbeek nog bestond, stroomde het water door de onderbeek. Zo werd de boot met zijn opvarenden snel door de onderbeek gevoerd.

De ingang naar de bunker was vanaf de binnenzijde van de molen 'de derde steen van de verst gelegen muur (vanaf rechts naar binnen kijkend)’. De gegalvaniseerde schacht was ongeveer 2,6 m diep met een ladder. Aan de onderzijde was een boog (door funderingen?) van ongeveer 1 m hoog 'die recht in de ruimte leidde – ongeveer 2,6 m bij 3 m'. De ruimte zelf was met golfplaten bekleed. 'In de ingangshal zag je schappen als je erdoor liep. Hier werden explosieven met timers en kabels bewaard, evenals handgranaten. De bewapening van de groep bestond uit een Smith and Wesson 9 mm pistool en een commandomes. Geen geweren.' Zij waren getraind als explosievenexperts en kropen in en uit depots van het Britse leger om dummyladingen te leggen. 'De groep kwam bij elkaar in het huis van de heer Markham tegenover het ziekenhuis in Maldon.' 

Location of hideout

Location of hideout

Zet JavaScript aan om te kaart te bekijken

Toon sllideshow