Slag bij de Schelde

De slag bij de Schelde (2 oktober – 8 november 1944), is een offensief van de geallieerden, vooral geleid door Canadese troepen, gericht op het bevrijden van de haven van Antwerpen door de beide oevers van de Schelde in België en Nederland in te nemen. De haven van Antwerpen was cruciaal in het bevoorraden van de troepen aan het front dat zich over honderden kilometers uitstrekte. De grote havens aan het Kanaal en de Noordzee werden goed verdedigd en versterkt door de Wehrmacht, en het innemen van Antwerpen zou beslist geen makkelijke opgave worden.

Na de enorme mislukking van Operatie Market Garden krijgt het Eerste Canadese Leger zich de taak toebedeeld om de haven van Antwerpen in te nemen. Het offensief blijkt ingewikkeld te zijn. Er zijn vele amfibische operaties en open aanvallen op onbeschut terrein nodig. Terwijl de Duitsers goed zijn georganiseerd en versterkt, beschermd door artillerie en sluipschutters, de grond en het water zijn bezaaid met mijnen. De slag om de Schelde is bijzonder moeizaam en bloederig. Het kost het Eerste Canadese leger, geholpen door andere geallieerde troepen, bijna vijf weken om Antwerpen te bevrijden en controle over de Schelde te krijgen. Het offensief eindigt op 8 november 1944, nadat er aan geallieerde zijde 12.873 slachtoffers zijn gevallen. Maar het duurt nog tot 29 november, als het puin is geruimd en de haven is ontmijnd, voordat de eerste geallieerde bevoorradingsschepen aankomen in de haven van Antwerpen.

Home
Toon sllideshow