Verdedigingswerken voor het viaduct bij Chappel

Terug Chappel Viaduct Defences

De locatie omvat een deel van de verdedigingslinie of 'stoplinie' uit de Tweede Wereldoorlog bekend als de Eastern Command Line die in 1940 als onderdeel van een reeks verdedigingslinies tegen de dreiging van een invasie over het kanaal door Duitse troepen vanuit het bezette Frankrijk werd gebouwd. De Eastern Command Line was de langste en de zwaarst versterkte post in East Anglia. Het viaduct betekent een gat in de natuurlijke barrière, die gevormd werd door de rivier en de door mensen aangelegde bescherming van de spoordijk. Daarom werd dit gat zwaar versterkt met bunkers, geschutemplacementen en tankversperringen.

De locatie omvat een deel van de verdedigingslinie of 'stoplinie' uit de Tweede Wereldoorlog,  bekend als de Eastern Command Line, die in 1940 als onderdeel van een reeks verdedigingslinies tegen de dreiging van een invasie over het kanaal door Duitse troepen vanuit het bezette Frankrijk werd gebouwd. De Eastern Command Line was de langste en de zwaarst versterkte post in East Anglia en liep van Wivenhoe aan de kust van Essex naar The Wash ten westen van King's Lynn. Een deel van de verdedigingslinie loopt naar het noorden van de stad Colchester voordat hij de rivier de Colne westwaarts naar het Chappel viaduct gaat volgen en hier maakt hij een bocht naar het noorden langs de spoordijk die naar Bures leidt. De verdediging bevat voorbeelden van de vier belangrijkste bunkertypes die langs de Eastern Command Line zijn gebouwd (knooppunt, artillerie, infanterie en luchtafweer) naast linies van antitankblokken en buizen en twee spigotmortieremplacementen.
Het monument bestaat uit zeven afzonderlijke beschermingsgebieden bij en rondom het viaduct bij Chappel en ten zuiden van de naastgelegen rivier de Colne. In het eerste beschermingsgebied ongeveer 150 m ten westen van de hoofdverdedigingslinie staat een knooppuntbunker van het type FW3/22 op een strategische positie in de zuidwesthoek van de brug bij Chappel. De betonnen bunker heeft een zeshoekig ontwerp met een maximumbreedte van 4 m. Hij heeft stalen zijsteunen en spleetvormige schietgaten bevinden zich aan weerszijden van de ingang.
In het tweede beschermingsgebied gelegen naast - en gedeeltelijk onder - het viaduct staat een bunker van het type FW3/28. Deze is gebouwd in de richting en ter verdediging van de toegangsweg vanuit het oosten en moest dekking bieden aan het gebied tussen de rivier en Colchester Road (die aan de noordzijde parallel hieraan loopt). De betonnen constructie is ongeveer 7 m2 met schuine hoeken en heeft een lage L-vormige ingang aan de westzijde met tegenover de opening een muur tegen verdwaalde kogels. De muren hebben twee schietgaten voor mitrailleurs (in de westelijke en zuidelijke muren), twee schietgaten voor geweren (in de noordoostelijke en zuidoostelijke muren) en een grote vierkante opening voor het afvuren van een kanon in de oostelijke tegenoverliggende muur. Het voetstuk voor plaatsing van het kanon, die van het type 6-ponds Hotchkiss zal zijn geweest, staat naast de vuuropening. In dit gebied staan ook twee rijen antitankblokken, waarvan één van de bunker naar het noordoosten tot Colchester Road loopt en de ander parallel aan het viaduct tussen de weg naar het noorden en de rivier naar het zuiden. De parallel aan het viaduct lopende rij bestond oorspronkelijk uit negen blokken in groepen van drie geplaatst, waarvan iedere groep een boog blokkeert; zeven hiervan bestaan nog, zes ten noorden en één ten zuiden van de bunker.
De rij bevat ook drie betonnen antitankbuizen die op de rivieroever liggen (oorspronkelijk lagen ze op de rivierbedding om passeren onmogelijk te maken). Van de rij die vanuit het noordoosten rond de bunker loopt, zijn negen van de oorspronkelijke twaalf kubussen overgebleven. Alle betonnen kubussen zijn 4-5 m2; de buizen zijn ongeveer 5 m lang en hebben een diameter van 1,5 m.
Direct ten noorden van Colchester Road in het derde beschermingsgebied staat een infanteriebunker met de bijbehorende antitankkubussen. De infanteriebunker is een betonnen zeshoekige constructie van ongeveer 6,75 m breed met kleine schietgaten en een lage ingang aan de westelijke zijde. Vanuit zijn verhoogde positie bood de bunker onbelemmerd uitzicht langs de weg naar het oosten en zou zo de artilleriebunker aan de zuidelijke zijde van de weg hebben ondersteund. De infanteriebunker heeft in totaal twaalf bijbehorende antitankkubussen die in een lijn van ongeveer 40 m parallel aan het viaduct liggen. De kubussen zijn in groepen van drie in een visgraatmotief geplaatst en iedere groep blokkeert één boog van het viaduct.
Ongeveer 50 m ten noordoosten van de meest noordelijk gelegen antitankkubus (in het vierde beschermingsgebied) staat een luchtafweerbunker. Deze betonnen bunker heeft een zeshoekig ontwerp met een diameter van ongeveer 7 m en een ingang aan de westelijke zijde. De bunker bevat in het midden een put voor luchtafweergeschut met een plaatsingsvoetstuk en een stalen montagestuk. De bunker is inclusief ingang maximaal 8,5 m breed.
Van een iets latere datum dan de bunker en de antitankkubussen zijn de twee spigotmortieremplacementen die ten zuiden van de rivier de Colne (in het vijfde en zesde beschermingsgebied) zijn opgesteld. Zij liggen aan weerszijden van het viaduct gedeeltelijk onder de bogen. Beide spigotmortiervoetstukken zijn 1,10 m hoog en hebben een diameter van 1 m. Spigotmortieren werden in 1942 aan de Home Guard geleverd. Het zevende gebied, ook ten zuiden van de rivier de Colne, ligt ongeveer 150 m ten zuidoosten van het viaduct en bevat een zeshoekige bunker. Deze heeft een diameter van 6 m en een lage ingang aan de zuidwestelijke zijde en kleine schietgaten die kenmerkend zijn voor een infanteriebunker.
Gedocumenteerde bronnen beschrijven Wakes Colne als een 'Klasse C verdedigde plaats', d.w.z. dat het in de verdedigde plaats aanwezige object gebruik van de wegen door de vijand moest voorkomen. Het 8e bataljon van de Essex Home Guard bemande de verdedigingswerken. Een latere bron noemt de Chappel een 'Klasse B verdedigde plaats' in het subdistrict van North Essex, gedefinieerd als een belangrijk centrum van wegencommunicatie en uitgerust met een garnizoen dat voldoende was voor verdediging hiervan (gespecificeerd als minder dan 1000 man maar meer dan twee pelotons van ieder 80 man). 

View of pillbox

View of pillbox

View of anti- tank pillbox plus anti-tank blocks (some have been moved out of river after the war)

View of anti- tank pillbox plus anti-tank blocks (some have been moved out of river after the war)

Embrasure of anti-tank pillbox

Embrasure of anti-tank pillbox

Gun mounting within anti-tank pillbox

Gun mounting within anti-tank pillbox

Interior of pillbox

Interior of pillbox

Zet JavaScript aan om te kaart te bekijken

Toon sllideshow