Omgang met fysieke overblijfselen

Na de Oorlog blijven vele fysieke restanten, in het bijzonder van de Atlantikwall en van de Britse verdedigingslinies, nog bewaard.

Gezien de schaarste en hoge kosten van veel materialen hebben burgers zich direct na de oorlog allerlei materialen toegeëigend voor hergebruik in hun huizen, zoals beton en gepantserde deuren.

Na verloop van tijd verschilt hun lot naargelang de omstandigheden en hun locaties.

De meeste worden verlaten, zonder enig beleid ter behoud of herstel. Vele worden met graffiti bespoten of gebruikt als vuilnisbelt. Vaak wordt er op lokaal niveau besloten om ze omwille van de veiligheid af te sluiten. De tijd tast ze aan, en de natuur maakt zich van hen meester, duinen verplaatsen zich, planten groeien en maken ze onbereikbaar, dieren vinden er een toevluchtsoord, zoals bijvoorbeeld vleermuizen. Veel verenigingen voor dierenbescherming raken dan ook geïnteresseerd in de bunkers en organiseren er programma’s en projecten omheen.

Andere worden vernietigd, opnieuw om veiligheidsredenen, of door stedelijk beleid. Veel restanten bevinden zich aan de kust, en het vernietigingsproces wordt versneld door zorg om het aangezicht van stranden en toeristische voorzieningen (gebouwen, campings).

Minder vaak worden ze hergebruikt voor burgerlijke en militaire doeleinden. Mensen die een bunker in hun tuin hebben, gebruiken het als garage of schuur, sommige boeren met grote bouwwerken in hun velden als stallen of als opslagruimte.

Sinds de jaren ’80 lijkt de algemene interesse voor deze fysieke restanten van de oorlog toe te nemen en worden er allerlei toeristische en culturele projecten gestart om ze tot gelding te laten komen. Sommige grote bouwwerken worden tot musea omgebouwd of bezocht in rondleidingen. Het project WWII Heritage maakt er deel van uit en richt zich op het in kaart brengen van deze bouwwerken om kennis en toegang te verbeteren.

Home
Toon sllideshow