Dwangarbeid

Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog worden miljoenen werknemers naar het front gestuurd waardoor in oorlogvoerende landen minder arbeiders beschikbaar zijn. Om dit gebrek aan te vullen worden in de geallieerden landen de werktijden verlengd en vrouwen in dienst genomen. Duitsland en Japan gaan over tot dwangarbeid. Duitse werknemers verliezen in het Derde Rijk vanaf 1933 hun rechten en worden aan dwangarbeid onderworpen. Door repressieve maatregelingen kan het Nazi-regime ook Joden en 'asociale' van de arbeidsmarkt uitsluiten.

Tijdens de oorlog dwingt Duitsland miljoenen krijgsgevangenen tot dwangarbeid. De drie grootste groepen bestaan uit Fransen die vanaf 1940 gevangen genomen zijn, Russen vanaf 1941 (waarvan drie miljoen in de Stalags sterven waar afgrijselijke levensomstandigheden heersen) en vanaf 1942 Italianen die weigeren om voor de Wehrmacht te vechten. Daarnaast zijn er bewoners uit andere West-Europese landen. Het internationale recht van krijgsgevangenen wordt volgens de rassenideologie van het Nazi-regime opgevolgd: De Conventie van Geneve wordt alleen voor Anglo-Amerikanen gerespecteerd. Belgen, Nederlanders en Scandinaviërs worden als 'Germaanse volkeren' al gauw vrijgelaten. Walen, Fransen en Italianen worden gezien als 'hulpbiedende volkeren' en tewerkgesteld. Polen en Serviërs kennen geen enkele bescherming. Zij moeten als burgers in de industrie van het Reich werken en kunnen gestraft worden door deportatie naar een concentratiekamp. Helemaal onder aan de ladder staan de Russische krijgsgevangenen die door de Nazi's als Untermensch behandeld worden. Volgens de bronnen zijn van de tien miljoen krijgsgevangen zo'n vier en half miljoen door Nazi-Duitsland tewerkgesteld.

Daarnaast vordert het Nazi-regime miljoenen arbeiders in het bezette deel van Europa. Het beleid van dwangarbeid wordt bepaald door de rassenideologie en de economische noodzaak. In 1944 voeren buitenlandse arbeiders de helft van de agrarische en een derde van de industriële werkzaamheden van het Derde Rijk uit.
Bron : Proefschrift van Peter Gaida

Home
Toon sllideshow