Collaboratie

Sommige Europese landen ontwikkelen een vorm van hulp ten aanzien van het Nazi-Duitsland, met name landen die bezet zijn. Dit heet collaboratie. Er zijn twee verschillende vormen van collaboratie; mensen die tactisch collaboreren werken met de Duitse bezetter samen zonder dat ze persé de Nazie-ideeën delen. Die heten passieve collaborateurs. Daarnaast bestaat er ideologische collaboratie waarbij men niet alleen samenwerkt met de Duitse bezetter maar men ook de Nazie-ideeën en de wens dat Duitsland zal overwinnen deelt. Slechts 1 à 2 % van de Europese bevolking collaboreerde op deze meer actieve manier. Over heel Europa komen beide vormen voor.

Ideologische collaboratie vindt men in Noorwegen, Hongarije en Kroatië. De regeringen installeren een totalitair systeem die de racistische maatregelen van de Nazi toepast en de eigen economie vrijwillig in dienst stelt van de Nazi's. Andere landen kennen een tactische collaboratie. De regeringen doen bepaalde concessies aan de Duitsers in de hoop op compensaties. Dat is het geval voor het Vichy-regime dat de maarschalk Pétain in Frankrijk instelde. Andere landen zoals Nederland, België en Denemarken collaboreren zo min mogelijk. De regering laat het land draaien binnen de eisen van de Nazi's maar passen de eisen zo min mogelijk toe. Wat het bedrijfsleven in de bezette landen betreft kan men spreken van een technische collaboratie die de bezetters opleggen.

Beide vormen van collaboratie betreffen slechts een minderheid van de Europese bevolking. Individuen kunnen bijvoorbeeld brieven schrijven om anderen te verraden. De wreedheden die de Duitsers begingen maakte dat een groot deel van de bevolking niet met hen wilde samenwerken en een klein deel overging tot het verzet.

Home
Toon sllideshow