Bombardementen

Na Duitsland is Frankrijk het land aan het Westfront dat tussen 1940 en 1945 het meest getroffen is door bombardementen van geallieerden. Het gaat om ongeveer 75.000 doden en 550.000 ton bommen. Rond de landingsperiode van 1944 worden de bomaanvallen extra intensief. De luchtbeschermingsdienst probeert de bevolking zo goed mogelijk te beschermen door maatregelingen zoals de avondklok in te stellen.

De dienst geeft de bewoners blauwe stof om ramen die geen luiken hebben af te dekken. Lampen in treinen worden blauw gekleurd. Dit wordt gedaan om geallieerden 's nachts te beletten hun doelen te vinden. De avondklok wordt ook ingesteld om illegale activiteiten, die vaak 's nachts uitgevoerd worden, te beperken en met name die van het verzet (zoals sabotage en parachuut springen). Nachtelijke verplaatsingen zonder toestemming zijn verboden en men loopt kans gearresteerd te worden. Sirenes geven alarm als bommenjagers op komst zijn zodat de bevolking naar schuilplaatsen en kelders kan vertrekken.

In Engeland hebben veel bewoners van stalen platen hun eigen schuilplaats in de tuin gebouwd. Openbare schuilplaatsen zijn van baksteen en beton maar niet erg stevig. Tijdens de massale bomaanslagen van de Duitsers tussen september 1940 en mei 1941 slapen elke nacht zo'n 150.000 mensen in Londense metrostations.

 

Home
Toon sllideshow